Biomassa voor energie

Biomassa is organisch materiaal afkomstig van alle plantaardige en dierlijke grondstoffen. Biomassa kan dienen als alternatieve brandstof voor fossiele energie (kolen en gas) en helpt daarmee de transitie naar duurzame energie. Biomassa groeit snel weer aan en wordt als CO2 neutraal gezien vanwege de korte koolstofcyclus.

Biomassa wordt op verschillende wijzen geproduceerd. De natuur brengt biomassa voort in de vorm van hout (snoeihout, riet, houtplantages). De landbouw produceert biomassa in de vorm van gewasresten en mest. Maar ook de voedselindustrie produceert biomassa; denk aan aardappelschillen, koffiedik en frituurolie. En ook in je eigen huis wordt biomassa gevonden, zoals GFT-afval, oud papier, maar ook ontlasting.

Biomassa wordt voor meerdere doelen gebruikt, zoals voor de bemesting van landbouwgronden, als grondstof voor industrie of voor energieopwekking. De energie die uit biomassa wordt gewonnen heet bio-energie, wat bruikbaar is als elektriciteit, warmte of gas. Energie uit biomassa wordt opgewekt door verbranding, vergassing of vergisting van de biomassa. Biomassa dat als voedsel voor de mens dient, wordt binnen ecosysteemdiensten geen biomassa genoemd, maar voedsel. Naast dat biomassa kan worden gebruikt voor energie kan het ook als grondstof dienen voor zogenaamde biobased producten (zoals papier).

In 2016 werd ongeveer 62% van de hernieuwbare energie met biomassa opgewekt. Daarmee is biomassa de belangrijkste bron van hernieuwbare energie in Nederland. Het totale aandeel van hernieuwbare energie in 2016 was 6,0%. Op Europees niveau zijn in 2009 afspraken vastgelegd dat Nederland in 2020 14% van de totale energieproductie uit hernieuwbare bronnen moet halen.

Gebruik van biomassa voor energie moet niet ten koste gaan van biodiversiteit of voedselvoorziening. Het produceren van biomassa kost namelijk land waar geen natuur of voedsel op kan groeien. Ook het importeren van biomassa moet niet leiden tot meer broeikasgasuitstoot.

Bij toepassingen van biomassa is het duurzaamheidsprincipe van belang: eerst gebruiken voor een zo hoogwaardig mogelijke toepassing, bijvoorbeeld voor biobased producten, en dan pas voor energietoepassingen. De soorten biomassa die geen andere toepassingsmogelijkheden (meer) hebben (reststromen), zijn het meest geschikt voor energieopwekking. Denk hierbij aan overtollige mest en/of GFT-afval.

Verschillende reststromen van biomassa kunnen worden benut voor energieopwekking. Het gaat dan om reststromen van onder andere snoeiafval, groente- en fruitafval, tuinafval, bermmaaisel, natuurgras, zagerijafval, rioolslib en overtollige mest. Voor de benutting hiervan worden steeds efficiëntere methoden ontwikkeld, bijvoorbeeld met behulp van vergistingsinstallaties en hoogwaardige biomassakachels en – ketels. Het inzetten van biomassa maakt ook voor de langere termijn deel uit van de duurzame energiemix die de Nederlandse overheid nastreeft.

Om de productiviteit van bio-energie te verhogen wordt momenteel veel onderzoek gedaan, ook in Nederland. Daarnaast zijn er veel bedrijven die hun reststromen biomassa al omzetten naar bio-energie. De rioolwaterzuivering van waterschap Vallei en Veluwe gebruikt slib om daar energie uit te winnen.

Praktijkvoorbeeld
Rwzi wordt Energie- en grondstoffenfabriek