Bodemvruchtbaarheid

Bodemvruchtbaarheid is het vermogen van de bodem om een gewas van voedingsstoffen te voorzien. De bodemvruchtbaarheid wordt bepaald door de chemische, fysische en biologische eigenschappen van de bodem.

Bodemleven, zoals wormen, aaltjes, schimmels en bacteriën, zorgen ervoor dat de bodem vruchtbaar blijft. Hoe meer variatie in het bodemleven, hoe beter het is voor de (vruchtbaarheid van de) bodem.

Naast het bodemleven zijn ook de voedingsstoffen in de bodem en de hoeveelheid organische stof belangrijk voor een gezonde bodem. Organische stof (humus) kan water opnemen en vasthouden waardoor planten makkelijker aan hun vocht komen. Organische stof werkt ook als mineralenbuffer, waardoor meststoffen minder makkelijk uitspoelen. Tot slot heeft het bodemleven organische stof nodig als voedselbron.

Bodemvruchtbaarheid is een ecosysteemdienst waar we dagelijks veel gebruik van maken in de landbouw. Bodemvruchtbaarheid is belangrijk voor een goede waterregulatie, ziekte- en plaagwering, zuivering en het vastleggen van koolstofdioxide (CO2). Als sprake is van een goede bodemvruchtbaarheid, is minder grondbewerking nodig om gewassen te laten groeien. Een vruchtbare bodem kan dus geld en tijd besparen en toch een goede oogst leveren.

Door menselijk ingrijpen raakt de bodem nogal eens verstoord, deze ingrepen vragen aanvullende handelingen en geld om de bodemvruchtbaarheid weer productiever te maken of te herstellen.

Om de bodemvruchtbaarheid te behouden of verbeteren, is duurzaam bodembeheer door boeren, natuurbeheerders en beheerders van openbaar groen nodig. Zo moet de benodigde minerale mesttoevoeging afgestemd worden op het bodemtype van een bepaalde locatie. Dit zorgt voor een goede levering van voedingsstoffen en opbouw van organische stof  en spaart het bodemleven.

Daarnaast is het bodemleven erbij gebaad als de bodem zo min mogelijk wordt bewerkt. Tot slot kunnen ook het gebruik van groenbemesters, zoals klavers, en afwisseling in de gewassen bijdragen aan een gezond bodemleven.

Praktijkvoorbeeld(en):

Koolstofvastlegging in de landbouw