Drinkwater

Drinkwater wordt gewonnen uit rivieren, beken en meren (zoet oppervlaktewater) en uit de bodem (grondwater). Grondwater is het meest zuiver, omdat het water door de bodem is gefilterd.

Voordat grondwater gedronken kan worden, zal een waterzuiveringsinstallatie het meestal nog zuiveren via een (zand)filter en zo nodig ontkalken. Oppervlaktewater bevat allerlei verontreinigingen vanuit landbouw, industrie en huishoudens (bv. bestrijdingsmiddelen en medicijnresten). Daarom moet oppervlaktewater voor gebruik als drinkwater worden voorbewerkt. Dat gebeurt in zuiveringsinstallaties waarbij chemische stoffen via bezinking, filters en met UV-licht worden afgebroken. Plaatselijk wordt oppervlaktewater voorgezuiverd door het te infiltreren in de duinen, waarna het in het grondwater terechtkomt en zo opnieuw gewonnen kan worden.

De levering van grond- en oppervlaktewater wordt gezien als ecosysteemdienst. In Nederland komt dit uiteindelijk als drinkwater beschikbaar via leidingwater en flessenwater (bronwater).

Voor het produceren van genoeg drinkwater is het belangrijk dat voldoende regenwater kan infiltreren in de bodem en zo het grondwater kan aanvullen. In spaarbekkens (onder andere het IJsselmeer en de Biesbosch) wordt zoet oppervlaktewater vastgehouden, zodat voldoende voorraad aanwezig is. Bij gebruik van teveel grondwater voor drinkwater kunnen natuurgebieden verdrogen en kan een watertekort ontstaan voor de landbouw of industrie.

Oppervlaktewater moet zo min mogelijk verontreinigingen bevatten voor lagere zuiveringskosten. In laaggelegen gebieden in Nederland moet voldoende zoetwater vastgehouden worden om verzilting (toename van het zoutgehalte) tegen te gaan.

De kwaliteit van het drinkwater staat onder druk door meststoffen (nitraat, fosfaat), zware metalen, bestrijdingsmiddelen en resten van medicijnen. Naast de invloed op de drinkwaterkwaliteit hebben deze stoffen ook een negatieve invloed op de biodiversiteit in oppervlaktewateren.

In Nederland zijn speciale gebieden voor drinkwaterwinning aangewezen. Dit zijn veelal natuurgebieden (Veluwe, duinen), waar de kwaliteit van het zoetwater beschermd wordt via regelgeving en aangepast beheer. Daarnaast zijn er natuurlijke en kunstmatige spaarbekkens om oppervlaktewater vast te houden in tijden van droogte of bij slechte kwaliteit van (rivier)water.

In stedelijk gebied kan grondwater aangevuld worden door verharding van de bodem te verminderen door de oppervlakte te vervangen door groen. Ook het ontkoppelen van de regenwaterafvoer van de riolering en de aanleg van wadi's (waterafvoer door infiltratie) is goed voor de grondwateraanvulling.

In het landelijk gebied kunnen slimme combinaties van waterberging en waterwinning in landbouw- en natuurgebieden bijdragen aan een duurzame watervoorziening (zoals in de Oostpolder).

Praktijkvoorbeeld(en):

Op dit moment zijn er nog geen praktijkvoorbeelden.