Startnota Nationale Omgevingsvisie gelanceerd

De Nationale Omgevingsvisie legt straks op hoofdlijnen vast hoe Nederland eruit gaat zien en hoe we omgaan met onze natuurlijke hulpbronnen. Dat is dé kans om de duurzame inzet van ecosysteemdiensten een belangrijke rol te geven.


In ons dynamische land is de druk op onze leefomgeving groot. Ruimte en hulpbronnen zijn schaars. Er ligt dan ook een grote maatschappelijke opgave: hoe gaan we de gevolgen van klimaatverandering en de aantasting van bodem, water en lucht aanpakken? En hoe behouden we daarbij onze welvaart? Daarvoor moeten er voortdurend uiteenlopende belangen afgewogen worden. De Omgevingswet schept de kaders om dat samenhangend te doen. Belangrijk instrument daarvoor is de omgevingsvisie, een gedeelde visie op het gebruik, het beheer, de bescherming en de inrichting van onze omgeving.

Omgevingsbeleid
De Startnota is de eerste stap op weg naar de Nationale Omgevingsvisie van het Rijk. Welke strategische keuzes zijn er nodig? Waar liggen de kansen? Wat zijn de kwetsbare punten?

We hebben te maken met klimaatverandering, overbevissing, uitputting van de bodem en van grondstoffenvoorraden, en met vervuiling van bodem, grond- en oppervlaktewater en lucht. Om onze gezondheid en onze welvaart te behouden moeten we anders omgaan met onze natuurlijke hulpbronnen, grondstoffen en ecosysteemdiensten. Daartoe heeft het rijk in het kader van het Rijksbrede programma Circulaire Economie afgesproken om het gebruik van onze natuurlijke grondstoffen terug te dringen en de diensten die de natuur ons biedt beter te benutten.

Uitgangspunten
Voor het omgevingsbeleid betekent dit:

  1. efficiënter omgaan met grondstoffen (innovatie, recycling);
  2. overgaan naar hernieuwbare grondstoffen en energiebronnen;
  3. behoud, herstel en verbetering van de natuurlijke omgeving (ecosysteemdiensten);
  4. anders produceren en consumeren (deeleconomie, leasen).
     

Deze uitgangspunten hebben grote invloed op de inrichting van de omgeving. Behalve het Rijk moeten ook alle gemeenten en provincies straks dan ook een omgevingsvisie opstellen voor hun grondgebied. Daarin kunnen de benodigde technische, sociale en economische innovaties meegenomen worden. Een (economische) waardering van de natuurlijke hulpbronnen, inclusief de baten van ecosysteemdiensten, kan daarbij niet ontbreken.

Water in Hart van Holland
Ook gemeenten en provincies zijn aan het werk om Omgevingsvisies op te stellen. Eén van de pilots loopt in de regio Leiden, waar tien gemeenten samenwerken aan de omgevingsvisie Hart van Holland Een van de onderzoeken die de visie moeten onderbouwen, richt zich op het aspect ‘water en biodiversiteit'. Het onderzoek laat zien dat water de inrichting van de regio complex maakt. Water levert ons van alles (ecosysteemdiensten: drinkwater, natuur, landbouw, gezondheid, recreatie, geothermie) maar de wateropgaven stellen ons ook voor uitdagingen. Een greep uit de vragen die het onderzoek opwerpt:

Zoetwater
Om de beschikbaarheid van voldoende zoetwater te garanderen moeten veel keuzen gemaakt worden: wat is de verwachte drinkwaterbehoefte? Kunnen we (meer) water opslaan in de duinen, in een groter gebied of in diepere lagen? Wat zijn daarbij de belemmeringen en hoe zit het met de bodemgeschiktheid? Hoe groot is de impact van wateroverlast in stedelijk gebied en in landelijk gebied? En is de verwachte schade door bodemdaling te kwantificeren?

Biodiversiteit
Hoe bepalen we de biodiversiteit? Hoe en in welke mate beïnvloeden maatregelen tegen verzilting en droogte de biodiversiteit? Welke soorten hebben baat bij netwerken (corricors, stepping stones) en welke meer bij een habitatgerichte benadering?

Energie
Vergroten boringen voor geothermie de kans op zoute kwel? Of zijn ze een risico voor de drinkwaterwinning? Wat is de impact van ‘zonnefarms' of windturbines op weidevogels en andere diersoorten?

Al deze vragen (en nog veel meer) moeten evenwichtig en in samenhang met elkaar bekeken worden, om goed afgewogen besluiten te kunnen nemen over een – duurzame – inrichting van de omgeving.