Hernieuwbare energiebronnen

Onze omgeving levert hernieuwbare energiebronnen, zoals wind- en zonne-energie. Deze bronnen heten hernieuwbaar omdat ze onuitputtelijk zijn. De warmte en het licht van de zon gebruiken we voor zonnecollectoren en -panelen.

De wind laat windmolens draaien en water uit rivieren drijft turbines aan waaruit energie gemaakt wordt. De warmte van de zomer kan bewaard worden in de bodem om 's winters huizen mee te verwarmen. Omgekeerd komt de koude van de winter in de zomer van pas bij het koelen van huizen en kantoren.

De warmte van het binnenste van de aarde wordt gebruikt voor verwarming van gebouwen, kassen en huizen. Ook golven op zee zijn bruikbaar om energie mee op te wekken.

Om wind, warmte en water beter in te zetten als hernieuwbare energiebron is het belangrijk duurzaam om te gaan met rivieren, zeeën en de bodem. Ruimtelijke ingrepen in onze omgeving kunnen gevolgen hebben voor het gebruik van deze bronnen. Bijvoorbeeld bij verandering van de loop of stromingssnelheid van een rivier, wat gevolgen heeft voor het opwekken van energie uit een rivier. Of onvoldoende afstemming over het ondergronds ruimtegebruik - bodem en grondwater -, wat gevolgen heeft voor de warmte-koudeopslag.

Door deze ecosysteemdienst onderdeel uit te laten maken van ruimtelijke plannen, kan gezorgd worden dat deze dienst optimaal wordt benut. Het afstemmen van plannen voor warmte-koudeopslag op gemeentelijk of regionaal niveau is daar een voorbeeld van. Het aanwijzen van gebieden voor windenergie door de landelijke of regionale overheid kan helpen om overlast voor omwonenden en de natuur zo veel mogelijk te beperken.

Praktijkvoorbeeld(en):

Woningbouw