Minerale bronnen

Minerale bronnen zijn producten die de natuur levert. Bijvoorbeeld zand, schelpen, grind, klei , kalksteen en zout. Wij gebruiken deze producten als brandstof, bouwmateriaal, grondstof of als voedingsmiddel. Deze producten worden ook wel delfstoffen genoemd. De brandstoffen olie en gas komen aan bod bij ecosysteemdienst niet-hernieuwbare energiebronnen.

Zand wordt vooral gewonnen in een groot deel van de Noordzee en grote wateren, maar ook uit zandwinputten. In Nederland wordt zand voornamelijk gebruikt voor kustbescherming en als bouwmateriaal. Ook schelpen worden gewonnen uit het Noordzeegebied. De winning ervan is afgestemd op de natuurlijke schelpenproductie in de Waddenzee. De schelpen worden onder andere gebruikt als isolatiemateriaal tegen vocht in kruipruimtes van woningen en voor de verharding van voet- en fietspaden in natuurgebieden.

In de uiterwaarden van de grote rivieren wordt klei gewonnen voor de productie van bakstenen. Kalksteen winnen we sinds de middeleeuwen  in de kalksteengroeven in Zuid-Limburg. We gebruiken het voor cement, als bodemverbeteraar en als toevoeging aan veevoer. Zout winnen we in Nederland vooral in zoutproductieputten in het oosten van het land. Het zout wordt gebruikt in de keuken, maar ook in de industrie of als strooizout.

De winning van mineralen kan een grote impact hebben op het ecosysteem. Op de plek van de winning wordt het bodemleven en leefgebied van planten en dieren vernietigd. Door afgravingen verandert het landschap ingrijpend en kan ook cultureel erfgoed verloren gaan. Zoals de eeuwenoude tekeningen in de mergelgrotten van Maastricht.

Bij de winning van zand op zee treedt vertroebeling van het water op. Hierdoor dringt het zonlicht minder diep door, waardoor het fytoplankton minder goed groeit. Dit heeft invloed op de dieren die hiervan leven.

Het winnen van zout kan leiden tot bodemdaling in de omgeving. Hiermee wordt de kans op  overstromingen groter. Naast directe invloeden op het ecosysteem gaat het winnen van oppervlaktedelfstoffen ook gepaard met geluidhinder. Dit kan leiden tot verstoring van de leefomgeving en gezondheid.

Soms kan de winning van delfstoffen het natuurlijk kapitaal versterken. Bij de winning van klei worden agrarische gebieden omgevormd tot natuurgebieden. Ook wordt meer ruimte gegeven aan de rivier. Hierdoor daalt de kans op overstromingen.

De voorraden van delfstoffen met uitzondering van schelpen, zijn eindig en raken dus op. Daarom is het belangrijk om er zuinig mee om te gaan. Waar mogelijk moeten materialen zo veel mogelijk worden hergebruikt. De transitie naar een circulaire economie is daarom erg belangrijk. In een circulaire economie staat het hergebruik van producten en grondstoffen centraal en worden afval en schadelijke emissies naar bodem, water en lucht zo veel mogelijk voorkómen (‘het sluiten van kringlopen').

Tegenwoordig combineren wij de winning van klei met natuurontwikkeling in de uiterwaarden. Daarbij wordt ook gekeken naar de veiligheid van bewoners en bedrijven in relatie tot water in het rivierengebied. Lokale overheden realiseren zo samen met het bedrijfsleven de gewenste ruimtelijke kwaliteit.

Minerale bronnen kunnen niet zo maar worden gewonnen. Daar is een vergunning voor nodig. Zo wordt eerst een milieueffectrapportage (MER) opgesteld. Deze brengt de directe en indirecte gevolgen voor het ecosysteem op de desbetreffende plek in beeld. Op basis van de impact op het milieu geeft de overheid wel of niet een vergunning af. Daarnaast kan zij maatregelen voor bijvoorbeeld natuurbehoud in de plannen afdwingen.

Praktijkvoorbeeld(en):