De lancering van de ANK stond in het teken van het intensieve werk in de werkateliers. Afsluitend presenteerden de ateliertrekkers de resultaten in korte pitches.

 

De zes pitches:

1. Gebiedsontwikkeling: wie zijn de spelers?

2. Groen, water en gezondheid: hoe zijn die gelinkt?

3. Circulaire economie: van afval naar grondstof

4. Waterbeheer: voorbeelden delen

5. Prijs Natuurlijk Kapitaal: in geld, of …?

6. Landbouw: samen werken aan de bodem

 

1. Gebiedsontwikkeling: wie zijn de spelers?

De deelnemers van dit werkatelier toonden veel enthousiasme voor het onderwerp Natuurlijk Kapitaal. Drie casussen kwamen naar voren: Weerribben-Wieden, Ruimte voor de Waal en Ruimtelijke impact van het agro-foodcomplex. Bij alle drie is er behoefte aan informatie en kaarten die inzicht geven in wie belangrijke stakeholders zijn, waar knelpunten liggen en wat de kansen zijn voor natuurlijke oplossingen. De wijze waarop het natuurlijk kapitaal benut kan worden bepaalt ook de financieringsmogelijkheden. Ook daar zou de ANK een rol kunnen spelen, met goede en heldere voorbeelden.

(Kees Hendriks, Alterra)

 

2. Groen, water en gezondheid: hoe zijn die gelinkt?

In dit werkatelier kwam als kennisbehoefte nadrukkelijk naar voren: het verhelderen van de relatie tussen groen en gezondheid. Wat maakt bijvoorbeeld dat mensen gebruik maken van groen in hun omgeving?

Daarnaast werd het verbinden van lokale actoren in natuur, gezondheid en ruimte gezien als belangrijk element om samen in een casus aan te werken. Ook de kennis van bewoners is waardevol. Die kan bijvoorbeeld verzameld worden via sociale media en apps. De resultaten kunnen dan mogelijk in de ANK gepresenteerd worden.

Twee gemeenten (Rotterdam en Capelle aan den IJssel) hebben zich aangemeld om het komende jaar met deze vragen aan de slag te gaan en de ANK uit te testen. 

(Hanneke Kruize, RIVM)

 

3. Circulaire economie: van afval naar grondstof (3)

Deelnemers willen graag aan de slag met ‘biobased' grondstofstromen: de grondstofstromen in kaart brengen en dit doorvertalen naar informatie voor de Atlas. Concreet wil men voor Nederland inventariseren waar potentiële biobased grondstoffen vrijkomen, zoals snoeiafval en kalk, en waar plastics (PA, PE, PP) gebruikt worden. Het RIVM zou deze gegevens in kaart kunnen brengen. Tot nu toe richt de discussie zich op afvalstromen; deelnemers hebben de wens dit om te buigen naar grondstofstromen: verstandig ontwerpen.

(Geanne van Arkel, Interface)

 

4. Waterbeheer: voorbeelden delen

Uit een enthousiaste discussie zijn twee cases naar voren gekomen. De eerste richt zich op de zoetwatervoorziening in Oost-Nederland (project ZON). Deelnemers willen in de ANK niet meer kaartinformatie, maar wel veel mooie voorbeelden, bijvoorbeeld over natuurlijke waterberging. Dit als trigger voor beleidsmakers om met nieuwe gebiedsdekkende oplossingen te komen. De tweede case richt zich op beekdalherstel. Veel ecosysteemdiensten zijn nog niet, of niet gedetailleerd genoeg, in kaart gebracht. Voor beekdalherstel is daar wel behoefte aan.

(Dimmie Hendriks, Deltares)

 

5. Prijs Natuurlijk Kapitaal: in geld, of ...?

De deelnemers willen graag helpen ANK klantgericht te maken. Er zijn in ieder geval drie klantgroepen te onderscheiden:

  • projectontwikkelaars en overheden die voor hun projecten natuur mee willen nemen in hun afwegingen en  kosten-batenanalyses, 
  • bedrijven op zoek naar nieuwe, duurzame verdienmodellen, en
  • economische beleidsmakers, die het nationaal inkomen willen corrigeren voor veranderingen in het natuurlijk kapitaal.

Al deze klanten hebben behoefte aan meer informatie dan alleen de huidige staat van natuur en landschap. Er is vooral informatie nodig over veranderingen (trends), de jaarlijkse omvang van (potentiële) natuurdiensten, de schade die maatschappelijke activiteiten aan die diensten veroorzaken, en over de kosten om die schade te herstellen of te vermijden. De vraag naar een handiger ordening van de informatie in de Atlas en het combineren van gegevens komt bij alle klanten terug. Biodiversiteit uitdrukken in geld is complex; misschien zijn er bruikbare alternatieven, zoals een natuurpuntenbenadering. We kunnen ook leren van voorbeelden in het buitenland (Vlaanderen, MAES-project).

(Rob Maas, RIVM)

 

6. Landbouw: samen werken aan de bodem

De landbouw beheert het grootste deel van ons natuurlijk kapitaal. Helaas gaan de landbouwopbrengsten én de kwaliteit van het natuurlijk kapitaal achteruit door niet-bewust bodemgebruik. De deelnemers aan het werkatelier zien samenwerking en uitwisseling van kennis als de belangrijkste succesfactor voor verbetering. Voor de invulling is up-to-date regionale informatie nodig die inzicht geeft in trends. Dit vraagt om investeringen, onder andere voor goede monitoring. Verder is er enorme behoefte aan goede voorbeelden uit de praktijk. Aan de drie besproken praktijkcasussen wordt de komende periode gewerkt; de resultaten worden gepresenteerd op het slotevent van het Internationale Jaar van de Bodem op 11 december 2015.

(Marco Vergeer en Margot de Cleen (Initiatief Bewust Bodemgebruik))