Reinigend vermogen bodem, water, lucht

Bodem, water en lucht in geïndustrialiseerde landen, zoals Nederland, zijn vaak vervuild.
Fijn stof (PM10) is een belangrijke vorm van luchtvervuiling en wordt veroorzaakt door onder andere verkeer, industrie en intensieve veehouderij. Fijn stof kan tot (ernstige) luchtwegaandoeningen leiden.
Water en bodem kunnen verontreinigd zijn met meststoffen, bestrijdingsmiddelen uit de landbouw en met afvalstoffen (zware metalen) uit riolering of industrie.

Ecosystemen en specifieke planten- en diersoorten kunnen helpen om deze vervuilende stoffen af te vangen, te verdunnen, te filteren of vast te houden. Micro-organismen kunnen in sommige gevallen helpen met de afbraak van de verontreinigende stoffen.

Fijn stof wordt afgevangen door vegetatie, vooral door (naald)bomen. Bossen en bomenrijen kunnen bijdragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Micro-organismen breken stoffen af in afvalwater, terwijl riet en biezen en andere helofyten afvalstoffen opnemen en daarmee de waterkwaliteit verbeteren. In de bovenste laag van de bodem zorgen bacteriën en schimmels voor een zelfreinigende werking.

Het reinigend vermogen van ecosystemen draagt bij aan een schone leefomgeving voor de mens en is daarmee belangrijk voor de volksgezondheid.

 

Het aanleggen van bosstroken en bomenrijen bij fijnstofbronnen (in de stad, langs wegen en nabij intensieve veehouderij) lijken bij te dragen aan de zuivering van lucht. De mate waarin is echter nog onderwerp van discussie.

Moerasstroken en oevers met helofyten kunnen als bufferstrook dienen tussen akkers en oppervlaktewater om afspoeling van mest en bestrijdingsmiddelen te voorkomen en zo de waterkwaliteit van waterlopen in het agrarisch gebied te verbeteren.

Akkerranden en grasbermen kunnen ook mest en bestrijdingsmiddelen afvangen en afspoeling naar sloten voorkomen. Ook (permanent) grasland draagt bij aan bodemzuivering (mits niet teveel mest of bestrijdingsmiddelen worden toegepast). Met begrazen of maaien kan een teveel aan meststoffen worden afgevoerd.

Praktijkvoorbeeld(en):