Natuurlijk kapitaal op de kaart!
Lancering Atlas Natuurlijk Kapitaal (ANK)
Dinsdag 22 september RWS LEF Future Centre Utrecht

 

Werkatelier 3. Bedrijven en circulaire economie (CE)
 

Onder de deelnemers van dit werkatelier bevonden zich relatief weinig overheidsdienaren en veel vertegenwoordigers van bedrijven en mensen uit de bank- en verzekeringswereld. Dat is een goed teken: het onderwerp leeft bij de doelgroep.

In het kennismakingsrondje kwamen de deelnemers meteen ter zake, met een reactie op de openingsvraag: Waaraan denk je bij het begrip ‘circulaire economie' (CE)? Kernpunten uit de reacties:

  • "Leren van de natuurlijke kringlopen"
  • "Natuur is meedogenloos"
  • "Samenwerken en verbinden"
  • "Logica van kringlopen = enige wat levensvatbaar is"

 

De (bijna) volledige lijst van reacties is illustratief voor de complexiteit van het onderwerp:

- Natuurlijk kapitaal meenemen in ontwerpfase;
- Biodiversiteit en natuurlijk/financieel kapitaal;
- Volle kracht vooruit met natuurlijke bronnen;
- Samenwerken voor duurzaamheid, natuur en landschap;
- Volhoudbaarheid en aanpasbaarheid;
- Kracht van samenwerking in circulaire economie;
- Zorgen voor elkaar over generaties heen;
- De stad als kans voor circulaire economie;
- Stad en natuur verbinden door circulaire economie en biobased
   economy;
- Leren van natuurlijke kringlopen;
- Innovaties op gebied van energie, milieutechnologie, biobased
   economy en circulaire economie;
- Afwegingen natuur en natuurlijk kapitaal verankeren in
   besluitvorming;
- Biomimicry, mensen zijn zelf circulair;
- Natuurlijk kapitaal meenemen in bedrijfsvoering, circulaire economie
   en biomimicry als uitdagingen.


Wat is een circulaire economie?

Gemeenschappelijk principe van concepten als circulaire economie (CE), biobased economy (BBE) en natuurlijk kapitaal (NK) is het sluiten van kringlopen. Welke aspecten spelen daarbij een rol (o.a.)?

- Grondstoffen winnen uit eigen producten;
- Naast recyclingtechniek is voldoende volume belangrijk, vaak is dat
  een uitdaging;
- Inzichtelijk maken van de beschikbaarheid van grondstoffen en van
   vraag en aanbod van grondstoffen bij bedrijven;
- Vergroten van de kwaliteit en kwantiteit van NK;
- Verbinden van kennis en bedrijven vergroot oplossingsruimte voor CE;
- Samenwerking (industriële ‘symbiose') tussen bedrijven biedt verdere
   mogelijkheden voor CE, veerkracht en continuïteit.
- Leren van natuurlijke kringlopen en systemen;
- Bedrijven nestelen zich vaak nog op suboptimale plekken;
- Goede aansluiting zoeken tussen innovatie en bedrijvigheid;
- Economische niches gebruiken voor bedrijfsvestiging, analoog aan
   ecologische niches.

 

Hoe ziet jouw beeldkaart rond circulaire economie eruit?

- Optimaliseren voor efficiency d.m.v. de eenheid energie;
- Gebruik secundaire grondstoffen en elkaars reststromen;
- Samenwerken in onze leefomgeving, sterkere vooruitgang;
- Dataficatie als sleutel voor CE-probleem; combineren van
   versnipperde bronnen van data en informatie;
- Versterking van natuurlijk kapitaal door CE;
- Onderlinge verbindingen van het metabolisme van de kringloop;
- Ontwikkel een gemeenschappelijke taal om CE te versnellen op
   verschillende schaalniveaus;
- Het begint bij de praktijk, bottom-up;
- Sluiten van kringlopen middels de 5 O's: ondernemers, overheid, |
   onderzoek, onderwijs en omgeving;
- Selecteren van het juiste schaalniveau voor CE-ontwikkeling;
- Uitzoeken binnen CE hoe de verbindingen lopen in de wereld; alles is
   verbonden;
- Verdienen aan het vergroten van natuurlijk kapitaal; bankable
   biodiversity.


Casussen op basis van de beeldkaarten

Voor drie casussen werden de betrokken partijen geïdentificeerd, (schaalgrootte van) het betrokken gebied, de probleemeigenaar die het grootste belang heeft bij een oplossing, de informatie die hij nodig heeft.

Vervolgens was de vraag: wat voor pilot is er nodig, en wat heeft de probleemeigenaar nodig van de ANK?


Casus 1: Bankable Biodiversity

Ideële banken willen wel investeren in biodiversiteit, maar dat moet rendabel zijn. Samen met business developers, de overheid en financiële instanties zoeken ze naar nieuwe businessmodellen. In een later stadium zijn ook kennisinstituten nodig.

Een pilot moet aantonen hoe je een bepaalde ecosysteemdienst tot waarde kunt brengen en kunt vangen in een bedrijfsstructuur. Mogelijke pilot: groene daken. De ANK kan gebruikt worden om na de pilot te onderzoeken welke locaties geschikt zijn voor verdere toepassing in Nederland.

 

Casus 2: Korstmos-model

Voor grondstoffenuitwisseling tussen buurbedrijven moet in kaart gebracht worden wat ze aan grondstoffen gebruiken c.q. kunnen leveren. Hierbij niet wachten tot het een afvalstroom is, maar bij de inkoop al rekening houden met kansen op ‘industriële symbiose'.

Voorstel: het ministerie van I&M geeft een opdracht aan het RIVM om plastics producerende en gebruikende bedrijven in Nederland in kaart te brengen voor het stimuleren van uitwisselingen (PP, PE en PA). Kansen voor biobased: snoeiafval en kalk.

 

Casus 3: Technische Kapitaal Atlas

Recycling van elektrische apparaten met Philips als probleemeigenaar. De probleemeigenaar moet In gesprek gaan met andere producenten, recyclers en inzamelaars om aan secundaire grondstoffen te komen. Op termijn ook met verzekeraars, investeerders en technische partners. Daarbij is kennis nodig van de afvalbranche, de wereld van productontwerpers, regelgeving, en de wensen van de consument. Apparaatstromen zijn internationaal, dus het inzamelveld is dat ook.

De ANK zou naast natuurlijk kapitaal ook meer technisch kapitaal kunnen weergeven; bijvoorbeeld materialen die vrijkomen uit recycling of hout dat vrijkomt uit te slopen gebouwen.