Ziekte-en plaagregulatie op natuurlijke wijze

In de huidige landbouwpraktijk worden bestrijdingsmiddelen gebruikt tegen ziekten en insectenplagen. Deze producten hebben milieubezwaren, zoals verslechtering van de waterkwaliteit. Daarnaast tasten deze middelen ook de niet schadelijke organismen aan, waardoor ecosystemen slechter gaan functioneren en zo minder diensten kunnen leveren.  Ook zijn er vraagtekens bij het effect van bestrijdingsmiddelen op de gezondheid van agrariërs en omwonenden.

Het natuurlijk kapitaal biedt mogelijkheden om het gebruik van bestrijdingsmiddelen terug te dringen. Daarvoor kan, naast het afwisselen van gewassen, een beroep gedaan worden op de natuurlijke vijanden van de veroorzakers van de ziekten en plagen. Dat zijn bijvoorbeeld sluipwespen of vogels.

Het bevorderen van een natuurlijke ziekte- en plaagregulatie gebeurt door de leefomstandigheden van de natuurlijke vijanden te verbeteren. Dat kan concreet door de aanleg van groene akkerranden. Ook het in stand houden van bijvoorbeeld een zogenaamd coulisselandschap (halfopen landschap met gedeeltelijke beplanting en bebouwing) draagt daaraan bij.

De aanbeveling voor het verminderen of zelfs beëindigen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen is het bevorderen van de natuurlijke ziekte- en plaagbestrijding. Dat is mogelijk door de leefomstandigheden van de natuurlijke vijanden van de veroorzakers van ziekten en plagen te verbeteren.

Concreet gebeurt dat door de aanleg van akkerranden. Dat zijn permanente zones van tenminste 3 meter breed, waar de akker niet wordt bewerkt en waar gras of bloemmengsels worden ingezaaid. In die zones kunnen de natuurlijke vijanden, zowel insecten als vogels, van de ziekteverwekkers zich vestigen en handhaven. Groenstroken aanleggen in de akker hebben een vergelijkbaar effect indien ze maximaal 50 m uit elkaar liggen.

De akkerranden hebben nog andere voordelen. Omdat zij de akker omzomen en permanent begroeid zijn, wordt het afstromen van (regen)water naar de sloten sterk vermindert. Dat verbetert de kwaliteit van het oppervlaktewater aanzienlijk en bespaart het waterschap kosten voor waterzuivering. Ten tweede maken ze het landschap afwisselender en aantrekkelijker, zeker in het voorjaar en de zomer door de bloeiende bloemen. Dit trekt meer toeristen en dus bloeit ook de recreatie op.

De aanleg van de tenminste 3 m brede akkerranden is niet verplicht, maar wordt al sinds een aantal jaren gestimuleerd en gesubsidieerd in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. In dat kader is er veel ervaring mee opgedaan en is de effectiviteit aangetoond. In het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, dat loopt tot 2020, wordt deze stimulering voortgezet.

Wel is het zo dat de aanleg van akkerranden voor de boer (nog) niet rendabel is zonder subsidie. Juist ook daarom is de inzet van geld uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid nog cruciaal.

Voor gebruik van bestrijdingsmiddelen gelden algemene regels. In relatie tot de akkerranden is hier relevant dat, als onderdeel van het zogenaamde Lozingenbesluit, een spuitvrije zone van 0,5 m verplicht is. Bij deze breedte kan overigens niet worden gesproken van een akkerrand. Bij deze geringe breedte worden namelijk de leefomstandigheden voor de natuurlijke vijanden van de ziekte- en plaagveroorzakers onvoldoende bevorderd. De spuitvrije zone is puur bedoeld om de verslechtering van de oppervlaktewaterkwaliteit te beperken.

Hoeksche Randen

Het project Hoeksche Randen in de Hoeksche Waard loopt vanaf 2003 en geldt als de eerste in zijn soort. Met de inzet van technieken, zoals akkerranden, hebben boeren daar het gebruik van bestrijdingsmiddelen in graan en aardappelen met 100% weten terug te dringen! De inzet van bloemrijke akkerranden was daarmee goed voor bodem en water, het waterschap, de omwonenden en dus ook goed voor de boer.


Bloeiend bedrijf

Met steun van het ministerie van Economische Zaken en met geld uit het Gemeenschappelijk landbouwfonds werken maar liefst ruim 550 boeren in heel Nederland aan kruidenrijke akkerranden, die speciaal zijn ontwikkeld voor de vestiging van natuurlijke vijanden. Samen hebben zij sinds 2011 honderden kilometers akkerranden aangelegd. De boeren worden begeleid door ruim 30 regionale partners, waaronder de ZLTO.