In het kort

De diepteligging van het Pleistocene zand geeft vaak, maar niet altijd aan wat de minimale lengte van funderingspalen zal moeten zijn.

De provincie Utrecht heeft een kaart laten vervaardigen waarin de geschiktheid van de ondergrond voor ‘traditioneel bouwen' tot uiting komt. Daaronder wordt verstaan: bouwwerken van steen of beton met een fundering op staal of heipalen, en infrastructuur (wegen) zonder paalfundering.

Uitgangspunt bij de kartering is dat hoe groter de investering in de fundering zal moeten zijn, en/of hoe hoger de potentiële beheerkosten zijn, des te minder geschikt een locatie wordt geacht. De kaart van de funderingsdiepte geeft een indicatie van de kosten voor een fundering. Hierin wordt ook rekening gehouden met ondieper voorkomende zandlagen. Momenteel is geen landelijke beeld beschikbaar van de minimale funderingsdiepte zoals uitgevoerd voor de Provincie Utrecht en Noord-Holland.

Wel is een versimpelde kaart beschikbaar die door TNO gemaakt is voor het televisieprogramma klokhuis. Deze is gebaseerd op de diepte van de top van de pleistocene formaties. Er zijn 3 klassen gedefinieerd;

klasse 0 = niet heien (waarbij de top van de pleistocene formaties tot aan maaiveld komt)

klasse 1 = heien met korte palen (waarbij de top van de pleistocene formaties tussen maaiveld en 5 m diep ligt)

klasse 2 = heien met lange palen (waarbij de top van de pleistocene formaties dieper ligt dan 5 m)

De kaart is gebaseerd op de diepte van de top van de pleistocene formaties. Daarnaast ook gebruik gemaakt van de oppervlakte geologie kaart uit 2006 om het riviergebied beter in beeld te krijgen, met name de verspreiding van de Formatie van Echteld. 

Over de kaart

De schatting van de minimale funderingsdiepte is gebaseerd op: een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen. De getalswaarden zijn sterk afhankelijk van de gebruikte parameters, de beperkte beschikbaarheid van informatie uit het veld, de grote ruimtelijke heterogeniteit van de ondergrond en de vereenvoudiging in het ondergrondmodel. De waarden kunnen daardoor sterk afwijken van de werkelijkheid. De resultaten zijn echter zeer bruikbaar als een soort indexwaarde, dus een relatieve waarde van de weergegeven eigenschap.

Betrouwbaarheid
De betrouwbaarheid van de kaarten is deels afhankelijk van de dichtheid van de gebruikte bodeminformatie. In gebieden met een hoge boordichtheid kan worden verwacht dat de betrouwbaarheid van de kaarten hoger is dan in gebieden met een lage boordichtheid. Bovendien is de boordiepte van belang: een boring die het totale Holocene pakket heeft doorboord geeft meer informatie dan een boring die slechts een deel van dat pakket heeft doorboord. Tegelijkertijd speelt de variatie in de opbouw van de ondergrond een rol. In gebieden waarin de bodemopbouw weinig varieert kan immers met minder boringen worden volstaan dan in gebieden met een heterogene bodemopbouw. De kaart is primair bedoeld voor gebruik op provinciale (regionale) schaal (1:100.000). Op gemeentelijk niveau kan de kaart worden gebruikt voor het verkrijgen van een indicatief inzicht in de kenmerken van de ondergrond en het identificeren van gebieden Op lokaal/perceelsniveau is de kaart niet bruikbaar.

Volledigheid
De provinciale kaart geeft de minimale funderingsdiepte weer. Dit is de diepte waarop bijvoorbeeld heipalen kunnen worden gebaseerd. In de praktijk wordt een heipaal, afhankelijk van de beoogde zwaarte van de constructie, nog in meer of mindere mate in het zandpakket gedreven. De daadwerkelijke funderingsdiepte varieert per constructietype. Deze kaart is beschikbaar voor Utrecht en zou voor heel Nederland gemaakt kunnen worden. De landelijke kaart is slechts indicatief voor 3 klassen van funderingsdiepte.

Kaartgegevens

De bronhouder van deze kaart is Deltares. Bekijk de metadata voor de contactgegevens en de technische beschrijving van de kaart.