Landschapsbeheer

Een aantrekkelijk landschap is niet alleen mooi om naar te kijken, het levert ook veel nut op voor de mens. Het landschap is van belang voor natuur en als omgeving waarin we wonen, werken en recreëren. Een aantrekkelijk landschap heeft een grote economische waarde. Een groot deel van Nederland bestaat uit agrarische landschappen, die worden gebruikt voor voedselproductie. In steeds meer gebieden vormt recreatie de basis voor evenveel inkomen en werkgelegenheid als landbouw. Voor recreatie is de aantrekkelijkheid van het landschap van groot belang.

Natuurlijke elementen, zoals houtwallen, heggen en bloemrijke akkerranden, dragen in hoge mate bij aan de aantrekkelijkheid van het landschap. Bovendien zijn deze elementen nuttig voor onder andere bestuiving en plaagbestrijding in de landbouw. Ook kunnen ze bijdragen aan verbetering van de waterkwaliteit en leveren ze gebruiksproducten, zoals brandhout en geriefhout. Daarnaast zijn de landschappelijke elementen belangrijk voor verbindingen tussen natuurgebieden, zodat planten en dieren zich kunnen verplaatsen. Dit is van belang om dierpopulaties gezond te houden en tegen de klimaatverandering.

Om inrichting en gebruik van het landschap goed op elkaar af te stemmen, is het belangrijk  beheerders en gebruikers van het landschap bij elkaar te brengen. Een goede belangenafweging tussen beheerders en gebruikers houden het landschap aantrekkelijk. Een multifunctioneel landschap heeft in meerdere opzichten een hogere waarde dan landschappen met één of enkele functies.

Het natuurlijk kapitaal van het landschap kan beter worden benut door te zorgen voor een goede zogenaamde groen-blauwe dooradering. De groene en blauwe elementen (bijv. houtwallen, weg- en slootbermen, heggen, akkerranden, kleine bosjes en natuurgebiedjes) zorgen voor een aantrekkelijk en functioneel landschap.

Bij de aanleg van groen-blauwe dooradering moet rekening worden gehouden met functionele aspecten voor:

  • bestuiving
  • plaagbestrijding
  • leefgebied voor planten en dieren
  • verbinding tussen natuurgebieden
  • huidig landgebruik
  • cultuurhistorie
  • beleving voor recreatie (wandelen en fietsen)
     

Om de vorm van het landschap aan te passen aan de behoeften in een gebied, zijn bouwstenen nodig die een samenhangend en functioneel netwerk vormen. Deze bouwstenen worden gevormd door lijn- of vlakvormige groene en blauwe landschapselementen, zoals kleine bosjes, houtwallen, poelen en waterlopen. Ze vormen samen groen-blauwe netwerken.

Het moet duidelijk zijn wat wel en niet mag in het betreffende landschapstype. Voor de cultuurhistorische landschappen is het van belang dat is of wordt vastgelegd welke landschapselementen op de lange duur moeten blijven bestaan om de identiteit van dat landschapstype in stand te houden. Aanbevolen wordt om dit met alle grondeigenaren af te spreken (Cascoplan) en vervolgens in het bestemmingsplan vast te leggen.

Belanghebbenden zijn naast de fysieke kenmerken van het landschap ook belangrijk. Voor een goede afstemming van de inrichting en het gebruik van het landschap, kunnen het beste beheerders en gebruikers van het landschap bij elkaar worden gebracht. Een goede belangenafweging tussen beheerders en gebruikers draagt aanzienlijk bij in het aantrekkelijk houden van het landschap. Een multifunctioneel landschap heeft in meerdere opzichten een hogere waarde dan landschappen met slechts één of enkele functies.

Op Rijksniveau is ruimtelijk beleid voor landschap vastgelegd in de Nota Ruimte en de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het beleid voor landschap is vrijwel geheel overgedragen aan de provincies. Op de websites van de provincies is daar informatie over te vinden. Een deel van het beleid richt zich op ‘20 Nationale Landschappen'. Dit beleid is gericht op de instandhouding van de kernkwaliteiten van 20 geselecteerde landschappen.

De ambities voor het beheer van natuur en landschap zijn vastgelegd in een overeenkomst tussen het Rijk en de provincies. De provincies geven concrete invulling aan deze ambities (inclusief agrarisch natuurbeheer).

In het witte gebied (buiten de Nationale Landschappen en gebieden binnen de Ecologische Hoofd Structuur (EHS) en Natura2000) is de (gewenste) ontwikkeling van het landschap vooral afhankelijk van bestemmingsplannen van gemeenten. Deze hebben veelal een landschapsontwikkelingsplan (LOP).

Subsidies voor landschapsbeheer kunnen worden verkregen via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL).

Hoeksche Waard:
In de Hoeksche Waard werken boeren, Staatsbosbeheer, het waterschap en de provincie aan een netwerk van groen-blauwe dooradering. Dat netwerk draagt bij aan natuurlijke plaagonderdrukking en bestuiving bij landbouwgewassen. Het groene netwerk van onder andere akkerranden, bermen en dijken zorgt er voor dat minder chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt hoeven te worden voor de gewassen. Hierdoor komen minder van deze middelen in het milieu terecht, wat goed is voor bijvoorbeeld de waterkwaliteit. Daarnaast versterken de groene elementen de identiteit en de aantrekkelijkheid van het landschap en dat is weer goed voor recreatie.

Bij-zonder kleurrijk landschap:
Een Bij-zonder kleurrijk landschap vindt u in Land van Wijk en Wouden. Bijen en andere bestuivers spelen een belangrijke rol in het landschap. Ze zorgen voor de bestuiving van fruitgewassen en natuurlijke vegetatie. Voor een goede bestuiving is het belangrijk dat er voldoende voedsel voor de bijen te vinden is en dat er goede nestelgelegenheid en beschutting te vinden is. Hierin speelt groen-blauwe dooradering een belangrijke rol. In het project Bij-zonder landschap is een handleiding opgesteld voor inrichting en  beheer van het landschap en voor het plannen van een regionaal netwerk voor bestuivende insecten.

Stoken op streekhout:
Onderhoudt van landschappelijke elementen, zoals houtwallen, is een kostbare aangelegenheid. Tegelijkertijd leveren deze elementen ook bruikbare producten, zoals brandhout. In de pilot ‘Stoken op streekhout' wordt geëxperimenteerd met gebruik van streekhout voor energieopwekking.