Verkoeling van Arnhem

Steden zijn warmer dan het omliggende landelijk gebied. Dit zogenaamde hitte-eilandeffect kan 's zomers bij warm weer leiden tot hittestress. Door klimaatverandering zal dit effect waarschijnlijk sterker worden, samen met de bijbehorende overlast en gezondheidsproblemen.

De gemeente Arnhem heeft vanaf 2008 onderzoek laten doen om de opwarming van de stad in kaart te brengen. Daaruit blijkt dat in de avonduren het temperatuurverschil tussen het buitengebied en het stadscentrum maximaal is, en gemakkelijk oploopt tot meer dan 7 graden. Overdag zijn de verschillen kleiner, maar in de loop van de middag worden de hoogste temperaturen gemeten. In de zon en uit de wind kan het dan gemakkelijk 15 graden warmer aanvoelen, en is de kans op hittestress groot.

Op de zogenaamde Hitte-attentiekaart heeft Arnhem aangegeven met welke maatregelen de opwarming kan worden verminderd, maar ook hoe verkoelende gebieden kunnen worden beschermd. De kaart en de ambities rond hitte en stadsklimaat zijn verwerkt in de Structuurvisie 2020-2040, die eind 2012 door de Arnhemse gemeenteraad is vastgesteld.

Wat is er nieuw?

Arnhem is één van de eerste steden in Nederland die de problemen rond hittestress systematisch heeft onderzocht en de aanpak ervan heeft verankerd in beleid. Richtlijn voor de gebieden die het gevoeligst zijn voor hitte is dat bouwprojecten het stadsklimaat niet mogen verslechteren. Meer algemeen is het zo dat de gemeente overal waar de gelegenheid zich voordoet, in de openbare ruimte en bij bouwprojecten, de hittestressproblematiek mee laat wegen.

De Hitte-attentiekaart van Arnhem combineert onder meer windrichting en windsnelheid met informatie over de stad zoals de hoogteverschillen, wijkopbouw en grondgebruik (water en groen). De kaart verdeelt de stad in drie categorieën qua gevoeligheid voor hitte. Grootste meerwaarde van de kaart is dat in één oogopslag duidelijk is waar het gemakkelijk (te) heet wordt en waar niet, en hoe dat komt.

Alle ruimtelijke projecten worden door de gemeente getoetst aan de principes van een klimaatbestendige stad en de ambities in de Structuurvisie 2020-2040. In risicovolle gebieden geldt de voorwaarde dat het stadsklimaat niet mag verslechteren. In de gevoeligste gebieden is meer bebouwing niet toegestaan of alleen onder strenge voorwaarden (waaronder compensatie).

De gemeente bewaakt het stadsklimaat door:

  • in de gebieden die gemakkelijk opwarmen in te zetten op meer groen (vooral groene gevels en groen op de grond), minder verharding, ander materiaalgebruik, beschaduwing en meer water. Ook wordt het ‘doorwaaien' zoveel mogelijk in stand gehouden of versterkt, onder meer door wind toegang te geven;
  • te zorgen dat de open gebieden (zoals de uiterwaarden) en de parken op de rand van de Veluwe open blijven zodat die hun verkoelende werking op de stad behouden.

 

Draagvlak

In de afgelopen jaren is voor een goed stadsklimaat een breed draagvlak ontstaan, zowel in de gemeentepolitiek als in de Arnhemse samenleving. Dat langdurige hitte voor iedereen onprettig en voor sommigen zelfs ongezond is, is voor iedereen duidelijk. In de praktijk blijkt het beleid voor een beter stadsklimaat goed aan te sluiten bij het beleid voor groen en water van Arnhem. Het groen houden van de uiterwaarden en andere groene gebieden aan de rand van de stad was al langer beleid, maar gewapend met de gedetailleerde kennis over hitte in de stad heeft de gemeente een extra en goed onderbouwd argument voor de instandhouding en versterking van groen en natuur en voor verbetering van de waterhuishouding. Groen heeft als het ware een extra kwaliteit gekregen, die van klimaatgroen.

Inmiddels zijn kleinschalige projecten gerealiseerd die het stadsklimaat ter plekke verbeteren, bijvoorbeeld:

  • Verticaal Groen Spoorhoek: in de wijk Spoorhoek is weinig groen, er is ook geen plaats voor. Wel zijn er veel blinde ‘kopgevels'. Op twee daarvan zijn sinds 2010 groene gevels aangelegd. Het is de bedoeling dat er meer volgen.
  • In de wijk Geitenkamp wordt het gemengde riool vervangen. Dat wordt aangegrepen om de wateroverlast te verminderen, niet alleen op de (hooggelegen) Geitenkamp maar ook in de heuvelafwaarts gelegen wijken. Het verharde openbaar gebied wordt zoveel mogelijk afgekoppeld in de vorm van o.a. regentuinen, wadi's en infiltratieputten. Gemeente en waterschap Rijn en IJssel werken hierin nauw samen. De gemeente is met de woningcorporaties in gesprek om ook de dakvlakken af te koppelen. In de Reestraat vindt een experiment plaats met verschillende vormen van waterdoorlatende bestrating (inclusief demonstraties met gesimuleerde buien; een effectieve manier van bewustwording).
  • In de binnenstad hebben Platform Binnenstad Arnhem, bewonersplatform Arnhem6811 en de gemeente de handen ineengeslagen. Met een inspirerende Groene Menukaart en een subsidieregeling worden winkeliers, vastgoedeigenaren en bewoners gestimuleerd de binnenstad te vergroenen.
     

De Arnhemmer aan zet

Sinds medio 2016 is het platform Arnhem Klimaatbestendig (van overheden en maatschappelijke organisaties) actief in de stad om bewoners, ondernemers en instellingen bewust te maken van hun eigen rol en verantwoordelijkheid in het klimaatbestendig maken van hun eigen tuin of grond. Met gerichte hulp en ondersteuning kunnen kleine lokale investeringen immers fors bijdragen aan een klimaatbestendige en dus ook hittebestendige stad.

Het KNMI voorspelt dat het midden van het land door klimaatverandering in 2050 te maken krijgt met zeven tot vijftien tropische dagen per jaar, tegen vier nu. Ook het aantal warme zomerse nachten (20 graden Celsius of warmer) neemt toe. Een hittegolf als in 2003, die veel levens kostte in Europa, zal in de toekomst vaker voorkomen.

Steden zijn altijd al enkele graden warmer dan het omliggende landelijk gebied. In de zomer kan dit leiden tot het zogenaamde hitte-eilandeffect. Stenen en asfalt absorberen gemakkelijk veel zonnestraling, om die vervolgens af te geven als warmte. Bij een slechte ventilatie blijft die warmte hangen.

Of er een echt hitte-eiland ontstaat hangt van veel factoren af, maar veel gebouwen, een groot verhard oppervlak en een geringe hoeveelheid groen dragen daar zeker aan bij. Wegen en straten, bedrijventerreinen en havens worden het heetst. Ook platte gebouwen met asfaltdaken worden erg warm (bijv. winkelcentra). Onderzoek in de wijk Bergpolder-Zuid in Rotterdam toonde aan dat straten met een oost-west oriëntatie veel koeler blijven doordat de bij hitte vaak oostelijke wind voor ventilatie zorgt.

Gevoelstemperatuur

Voor hittestress is vooral de gevoelstemperatuur belangrijk. Die hangt behalve van de gemeten temperatuur ook af van factoren als wind, schaduw en warmtestraling door bestrating of bebouwing. Ook grondgebruik, de gebruikte materialen (denk aan asfalt of bitumen), kleurgebruik en hoogteverschillen spelen mee. Bomen en struiken zorgen voor schaduw. Daarnaast zijn groen en open (niet bestrate) bodem ook belangrijk voor het stadsklimaat omdat ze de waterhuishouding beïnvloeden. Planten verdampen veel water, dat heeft een koelende werking. Ook een gazon straalt weinig warmte uit.

Open water is geen bron van koelte (paradoxaal, want als je erin duikt is het wel een bron van verkoeling). Het water neemt veel warmte op, maar geeft die, net als gebouwen en asfalt, ook weer af.

Gezondheid

Hittestress kan leiden tot gezondheidsproblemen: van milde problemen als verminderde concentratie en vermoeidheid, tot ernstige problemen door bijvoorbeeld uitdroging en ademhalingsmoeilijkheden. Tijdens hete zomers ligt het sterftecijfer hoger dan normaal. In Nederland is de sterfte tijdens hittegolven in bijna 20 jaar tijd (1979-1997) toegenomen met 12% tot ongeveer 40 doden per dag. Volgens het CBS zijn in de zomer van 2003 in Nederland tussen de 1400 en 2200 meer sterfgevallen gemeld dan normaal, als gevolg van de hogere temperaturen. In heel Europa zien we een toename; sinds het jaar 2000 zijn er meer mensen gestorven aan hitte dan bij overstromingen. (Anderzijds sterven er 's winters minder mensen doordat de winters minder koud zijn).

Het lichaam heeft twee koelmechanismen: bloedvatverwijding en zweten. In tijden van extreem hoge (gevoels)temperaturen kunnen deze mechanismen te kort schieten.

  • Er kunnen nieraandoeningen (door uitdroging) optreden en ademhalingsaandoeningen (o.a. veroorzaakt door toegenomen smog met ozon en fijnstof);
  • Verstoring van de slaap leidt in tijden van hitte niet alleen tot algemene malaise en vermoeidheid, maar soms ook tot het ontstaan van ziekte en/of het opflakkeren van een bestaande chronische aandoening, zoals hartfalen of COPD.

Risicogroepen zijn ouderen, mensen met overgewicht en mensen met hart- of bloeddrukproblemen. Verder lopen personen die zware fysieke inspanning leveren of alcohol, medicijnen of drugs gebruiken een hoger risico.

City deal ‘Waarden van groen en blauw in de stad'

Stedelijke inrichting met groen en water is een krachtig middel om steden klimaatbestendig te maken. Zonder water en groen ontbreken ecosysteemdiensten als verkoeling, waterberging, natuurlijk erfgoed en groene recreatie. Het belang van groen en water voor het vestigingsklimaat voor bewoners en bedrijven is dan ook groot. In de al langer bestaande TEEB-stadtool wordt dat belang in geld uitgedrukt. TEEB staat voor The Economics of Ecosystems and Biodiversity. In de City deal ‘Waarden van groen en blauw in de stad' gaan zeven gemeenten, private partijen en kennisinstituten gebruikerservaringen en kennis delen om de TEEB-stadtool nog beter te laten aansluiten bij de uitvoeringspraktijk. Deelnemende gemeenten zijn Apeldoorn, Amersfoort, Den Haag, Dordrecht, Haarlem, Rotterdam en Utrecht

Bestrijding van hittestress als onderdeel van duurzame gebiedsinrichting

Net als de bestrijding van wateroverlast en verdroging wordt bestrijding van hittestress gezien als onderdeel van klimaatadaptatie; daarmee is het een factor die meetelt bij duurzame gebiedsinrichting. Slimme maatregelen tegen hitte zijn onder meer:

  • meer bomen, verticaal groen en andere beplanting, ook op privéterrein (tuinen); bij onderhoud van wegen en straten streven naar meer plantsoen;
  • water meer laten infiltreren in de bodem (afkoppelen, infiltratie, wadi's enz.);
  • zorgvuldig omgaan met omvang, locatie en vormgeving van bebouwing en verharding. Bij (her)ontwikkeling van wijken de ventilatie vanuit het landelijk gebied mee laten wegen;
  • groene en zonwerende daken in plaats van asfaltdaken. Zonwering aan ramen en deuren en betere isolatie van huizen.

Veel van dit soort maatregelen liggen op het bord van gemeenten, die de openbare ruimte onder hun beheer hebben. Particulieren kunnen ook veel zelf doen, zie o.a. de groene menukaart. In sommige gemeenten kunnen particulieren subsidie krijgen voor bijvoorbeeld de aanleg van groene daken of gevelgroen (zie ook het praktijkvoorbeeld ‘Regenwaterafvoer in de stad verbeteren').

Groene maatregelen zijn aantrekkelijk omdat groen meerdere functies kan vervullen en meerdere ecosysteemdiensten beschikbaar maakt. Hoewel planning op stedelijk niveau hierbij belangrijk is, hangt de effectiviteit van dergelijke maatregelen sterk af van lokale omstandigheden. Bij de herinrichting van een straat gaat het bijvoorbeeld om het gebouw (de soort stenen, isolatie), eigenschappen van het dak en van de bestrating, de oriëntatie (instraling van de zon, ventilatie), de aanwezigheid van zonwering, de aanwezigheid van groen en water in of nabij de straat. Vaak is een combinatie van maatregelen nodig.

Dit is ook te zien in de climate-app, ontwikkeld door Deltares en het KNMI en drie adviesbedrijven). Daarin is het bestrijden van hitte één van de adaptatiedoelen (naast het tegengaan van overstroming en droogte).