In het kort

Het oppervlaktewater in het Nederlandse kustgebied kan zout zijn door externe verzilting (indringing van zeewater via de grote rivieren en estuaria) en interne verzilting (door zoute kwel). Voor de grote oppervlaktewateren in het kustgebied zoals de rivieren, kanalen, estuaria, meren en plassen kan goed worden aangegeven of het zoet (licht brak) is of zout. Dit is in de kaart aangegeven. Echter, voor het stelsel aan tochten, waterlopen en sloten in polders is dit op dit moment niet mogelijk. Het zoutgehalte van deze kleinere oppervlaktewateren wordt bepaald door zoute kwel (interne verzilting), neerslagoverschot en inlaatwater en daardoor kunnen zoutgehaltes lokaal zeer sterk variëren. Ook in de tijd varieert het zoutgehalte sterk door dagelijkse veranderingen in bijdragen van neerslag en inlaatwater. Het inlaatwater is afkomstig van de grote rivieren en is over het algemeen zoet. Richting de kust kan het zoutgehalte in de rivieren toenemen door zeewater indringing.

Het nationaal hydrologisch instrumentarium NHI kan op LSW-niveau (local surface waters zijn deelpoldersystemen en omvatten vaak meerdere peilvakken binnen een polder) het zoutgehalte van het oppervlaktewater berekenen rekening houdend met de hoeveelheid zoute kwel, inlaatwater en neerslagoverschot. Echter, op dit moment worden de laatste verbeteringen aan het NHI aangebracht en naar verwachting halverwege 2015 kunnen de genoemde NHI-resultaten worden gebruikt voor het bepalen van het zoutgehalte van de kleinere oppervlaktewateren. Er zijn metingen van het zoutgehalte van het oppervlaktewater bij waterschappen beschikbaar maar de verwachte inspanning is momenteel te groot om hier een landsdekkende kaart van te maken. In deze versie wordt volstaan met het aangeven van het zoutgehalte van de grote oppervlaktewateren zoals boven besproken.

Tevens wordt voor het hoge deel van Nederland (maaiveld > +0.5 m NAP) het regionale en lokale oppervlaktewater aangeduid met zoet omdat hier geen sprake is van interne verzilting. Voor laag-Nederland (maaiveld < +0.5 m NAP) kan het regionale en lokale oppervlaktewater brak of zout zijn en dit wordt nader bepaald met NHI (halverwege 2015) en aangevuld op de kaart. Een indicatie van het zoutgehalte voor deze gebieden kan al wel worden verkregen door te kijken naar de zoet grondwater beschikbaarheidskaart. Namelijk, de kans op interne verzilting (door zoute kwel) is het grootst voor de gebieden met een ondiep zoet-brak grondwater grensvlak.

Definities: Chloride is een conservatieve stof die relatief veel bemeten is t.o.v. andere stoffen en is de dominante representant voor het zoutgehalte van water. Definities van zoet, brak en zout water zijn daarom gebaseerd op chloride concentratie.

Klasse - Chloride concentratie (mg Cl /L)

Zoet < 1000

Brak 1000 – 3000

Zout > 3000

Over de kaart

Gegevens zijn indicatief en daarmee niet geschikt voor wetenschappelijke doeleinden. Berekening van het zoutgehalte van het oppervlaktewatersysteem in polders en laag Nederland zal halverwege 2015 gereed zijn.

Kaartgegevens

De bronhouder van deze kaart is Deltares. Bekijk de metadata voor de contactgegevens en de technische beschrijving van de kaart.