In het kort

Deze kaart geeft aan bij welke winningen emerging substances als potentiële of actuele probleemstof zijn aangetroffen. Tot de stofgroep 'emerging substances’ zijn nieuwe en nog niet genormeerde stoffen gerekend. Het gaat dan bijvoorbeeld om hormonen, geneesmiddelen en industriële stoffen zoals DTPA en EDTA. De kaart is gebaseerd op informatie uit de gebiedsdossiers voor drinkwaterwinningen.

In een gebiedsdossier van een winning worden door de betrokken partijen (gemeente, provincie, drinkwaterbedrijf en waterbeheerder) huidige en toekomstige risico’s voor de waterkwaliteit geïnventariseerd. Deze risico’s kunnen zowel inhoudelijk als beleidsmatig van aard zijn. In de gebiedsdossiers worden ook mogelijke maatregelen geïdentificeerd waarover de partijen in een volgende fase afspraken maken. Ook geven de regiehouders vorm aan het proces van afspraken maken en bewaken zij de voortgang van de uitvoering van maatregelen zoals die zijn afgesproken.

Over de kaart

In de evaluatie van de gebiedsdossiers in 2014, uitgevoerd door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in opdracht van het Ministerie van I&M Ministerie van Infrastructuur en Milieu, is voor een aantal probleemstoffen een landelijk beeld gemaakt. Daarvan is deze kaart een van de resultaten.

Bij dertien van de 215 winningen waarvoor het gebiedsdossier is geïnventariseerd vormen een of meer ‘emerging substances’ een probleemstof. Voor deze stoffen zijn vaak nog geen individuele normen beschikbaar. De stof is daarom aangemerkt als probleemstof, wanneer de signaleringswaarde in het Drinkwaterbesluit (Bijlage A, Tabel IIIc) een of meer keren wordt overschreden. Bij 27 winningen zijn ‘emerging substances’ een potentiële probleemstof. Het aanmerken van een ‘emerging substance’ als potentiële probleemstof betekent dat 75 procent van de signaleringswaarde uit het Drinkwaterbesluit (2011) of de streefwaarde van het DMR-memorandum wordt overschreden. Voor dertig winningen vormen ‘emerging substances’ huidige of potentiële probleemstoffen. Dit betreft 11 grondwaterwinningen en 19 oppervlaktewater- en oevergrondwaterwinningen. Uit de gebiedsdossiers kan vaak niet worden afgeleid of dit soort stoffen niet wordt gemeten of niet wordt aangetroffen. Wel kan worden geconcludeerd dat dit soort stoffen vooral wordt gemonitord bij oppervlaktewaterwinningen en voor een deel ook bij oevergrondwaterwinningen. Een brede screening naar de aanwezigheid van nieuwe en onbekende stoffen is bij grondwaterwinningen minder gebruikelijk. Toch lijkt het relevant om, zeker bij winningen in stedelijk gebied of winningen onder invloed van oppervlaktewater, een brede screening uit te voeren naar de aanwezigheid van antropogene stoffen. Uit eerder onderzoek is namelijk naar voren gekomen dat er mogelijk meer antropogene stoffen in grondwater aanwezig zijn dan blijkt uit reguliere meetprogramma’s (Ter Laak et al., 2012).

Kaartgegevens

De bronhouder van deze kaart is Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Bekijk de metadata voor de contactgegevens en de technische beschrijving van de kaart.