In het kort

Deze kaart geeft een overzicht van kansrijke maatregelen, verspreid over Nederland, om de bergingscapaciteit van de ondergrond te benutten. De bergingscapaciteit voor water in de ondergrond biedt veel mogelijkheden, zowel ten behoeve van zoetwatervoorziening tijdens droge perioden als voor het opvangen van neerslag- en hoogwaterpieken. De ondergrond werkt in beide gevallen regulerend, als een buffer, om het effect van extreme klimatologische omstandigheden op te vangen en te verkleinen. De ecosysteemdienst die de ondergrond biedt is in dit geval het vasthouden van gebiedseigen water in bovenstroomse gebieden. Dit wordt ook wel bergen aan de bron genoemd. Voor perioden van droogte biedt benutting van de bergingscapaciteit mogelijkheden voor de zoetwatervoorziening, doordat het geborgen water langere tijd beschikbaar blijft, zowel voor onttrekkingen (drinkwater, beregeningswater, proceswater), als via grondwaterstroming. Dit laatste leidt tot een constantere voeding van natte (kwelafhankelijke) natuurgebieden.

Over de kaart

De kaartlaag is berekend door deltares, voor een groot deel op basis van resultaten uit het project FWOO (Hoogvliet et al. 2014), raster uit het NHI en de grondwaterbeschermingsgebieden & vrije zones van de gezamenlijke provinces op services.inspire-provincies.nl De maatregelen om de bergingscapaciteit van de ondergrond beter te benutten zijn:

Drains2buffer: In gebieden met veel zout grondwater drijft vaak een dunne laag zoetwater bovenop het zoute water. Bij deze maatregel wordt het zoutwater afgevoerd zodat zoetwater meer ruimte krijgt en de zoetwatervoorraad groter kan worden door de aanvoer van regenwater.

Regelbare drainage: Met conventionele drainage (CD) wordt overtollig water doormiddel van drainbuizen uit de wortelzone van landbouwpercelen afgevoerd naar een sloot. Bij regelbare drainage (RD) zit een technische voorziening waarmee de grondwaterstand in het perceel op een bepaald niveau kan worden ingesteld.

Kreekruginfiltratie: Kreekruggen zijn hoger gelegen infiltratiegebieden waaronder zoete regenwaterlenzen van 6 – 30 m diep aanwezig zijn, in een verder zoute omgeving. Kreekruggen kunnen gebruikt worden voor extra ondergrondse opslag van water; hierdoor wordt geen ruimte in beslag genomen

Freshmaker: Het onttrekken van zout water en het infiltreren van zoetwater via horizontale putten waarbij de zoetwaterbeschikbaarheid van een zoetwaterlens wordt vergroot en er geen mengverliezen optreden. Hierbij wordt een groot zoet water volume opgeslagen, welke beschikbaar blijft voor irrigatie.

ASR Acquifer storage and recovery: Ondergrondse waterberging’ is een efficiënte techniek om (gebiedseigen) zoetwateroverschotten ondergronds op te slaan en staat internationaal bekend als ‘aquifer storage and recovery’ . (ook verticale putten in tegenstelling tot de freshmaker)

Stuwen: Dam in de rivier met afsluitbare openingen. Hierdoor kan men de waterstand in de rivier regelen. Door het sluiten van de stuwen wordt het water in een deel van de rivier vastgehouden.

Slootbodemverhoging: Met slootbodemverhoging (of beekbodemverhoging) wordt de drainagebasis verhoogd. Dat wordt vooral gedaan in combinatie met peilverhoging als anti-verdrogingsmaatregel (bv ter voorkomen van afbraak van veenbodems en in verdroogde natuurgebieden op zandgronden). De effecten op het waterbergend vermogen in de watergang door slootbodemverhoging zijn gering. Wel kan in combinatie met peilverhoging kan het waterbergend vermogen afnemen.

Managed Acquifer Recharge (MAR): Aanvullen van het grondwater door lokale opslag in de ondergrond

Meer informatie:

Kijk voor meer informatie over waterberging op Atlas Natuurlijk kapitaal bij de ecosysteemdienst Waterberging.

Kaartgegevens

De bronhouder van deze kaart is Deltares. Bekijk de metadata voor de contactgegevens en de technische beschrijving van de kaart.