Vruchtbare Kringloop

Vruchtbare kringloop in de Achterhoek en Liemers

Het project Vruchtbare Kringloop is erop gericht grote groepen veehouders te inspireren om duurzamer te werken aan bedrijfsresultaten, milieukwaliteit, waterbeheer en bodemvruchtbaarheid. Het kernbegrip is kringlopen sluiten, van meststoffen maar ook van broeikasgassen.

Het project is in 2013 gestart in de Achterhoek en Liemers, door LTO Noord, Waterschap Rijn en IJssel en ForFarmers Hendrix. In 2015 en 2016 zijn in een aantal andere regio's vergelijkbare projecten van start gegaan.

Wat is er nieuw aan kringloopboeren?

Om de kringlopen op hun bedrijf in beeld te krijgen werken de agrariërs met de zogenaamde KringloopWijzer. Dat is een instrument dat laat zien hoe een agrarisch bedrijf scoort wat betreft de benutting van meststoffen en de uitstoot van stikstof, fosfaat, ammoniak en broeikasgassen.

Elke deelnemer stelt samen met een adviseur een verbeterplan op, en deelnemers vergelijken in studiegroepen hun verbeterplannen en resultaten. Ook samenwerking tussen ondernemers om betere resultaten te behalen behoort tot de mogelijkheden. In de studiegroepen wordt verder gekeken dan de getallen: ook onderwerpen als bodemstructuur, bemestingsplan, bodemconditiescore, bodemvruchtbaarheid, voerefficiëntie en economische resultaten komen ter sprake.

Vruchtbare Kringloop werkt in de Achterhoek en Liemers met 25 studiegroepen (ruim 250 deelnemers). Daarnaast komen vier kennisgroepen bijeen, die hun aandacht richten op een specifiek onderwerp: Carbon Footprint (koolstof / broeikasgassen), Precisielandbouw, Water, Bodem.

In de periode 2013-2015 hebben de deelnemers 9% minder stikstofbodemoverschot gerealiseerd dan de maximaal toelaatbare norm. De stikstofverliezen en fosfaatoverschotten op de melkveebedrijven zijn fors gereduceerd. Op kleigrond voldoet 92% en op zandgrond 44% van de bedrijven aan de norm voor stikstofbodemoverschot. Het stikstofbodemoverschot is een belangrijk kengetal voor de bodemvruchtbaarheid en de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Hoe efficiënter aanwending en benutting, hoe kleiner dat overschot.

Bodem en Carbon Footprint

Min of meer op de achtergrond leeft het thema ‘Bodem' sterk onder de deelnemers, de motivatie om aan bodemverbetering te werken is hoog. Tegelijkertijd is het een zaak van lange adem, want bodemverbetering gaat niet snel. De kennisgroep Bodem heeft in 2014 uitgebreid gekeken naar wat een gezonde bodem kan betekenen voor een veehouderijbedrijf en wat agrariërs kunnen doen aan bodemverbetering. Voor alle deelnemers is in 2014 als ‘nulmeting' de bodemconditiescore bepaald. Daaruit bleek dat het organische stofgehalte van de bodem bij veel deelnemers lager is dan de streefwaarde (zandgrond 5%, klei tegen de 10%). Verder scoren veel bodems matig op verdichting, bodemstructuur en aantal regenwormen.

De kennisgroep Melk en Klimaat is in 2016 van start gegaan met een groep voortrekkers, om voor de deelnemende bedrijven de Carbon Footprint per liter melk te gaan bepalen en te bezien met welke maatregelen die Footprint omlaag kan.

Andere regio's

Vruchtbare Kringloop loopt inmiddels ook in drie andere regio's. In Overijssel is het project in 2015 van start gegaan met 250 veehouders, Noord-Nederland en Noord-Holland volgden in 2016. Drie van de vier projecten richten zich op melkveehouders. Vruchtbare Kringloop Noord-Holland (2016) is breder; hier doen ondernemers mee uit de melkveehouderij, akkerbouw, bollenteelt, fruitteelt, glastuinbouw en intensieve veehouderij.

Bodemvruchtbaarheid en het sluiten van kringlopen

Tot ongeveer 1990 was de uitstoot van meststoffen in de landbouw zeer hoog, 70 à 80% van de toegediende mineralen. Sindsdien is de uitstoot door beperkend beleid sterk gedaald: in 2011 kwam van de toegediende kalium en fosfaat nog maar zo'n 20% in het milieu terecht, van de stikstof bijna 50% (o.a. uitspoeling van nitraat, ontwijking van ammoniak en lachgas). In de akker- en tuinbouw is de uitstoot veel lager dan in de veehouderij.

Een belangrijke factor in het sluiten van deze kringlopen is het bodemgebruik. Duurzaam bodemgebruik, ofwel de zorg voor een gezonde en vruchtbare bodem op de lange termijn is in de biologische landbouw de norm, en in de gangbare landbouw wint het steeds meer terrein, zo blijkt ook uit het project Vruchtbare Kringloop.

Organische stof

Naast een efficiënter omgaan met mineralen als stikstof, fosfaat en kalium is ook het organische-stofgehalte van de bodem belangrijk. Dat is goed voor het vochtvasthoudend vermogen van de bodem, de bodemvruchtbaarheid en het bodemleven. Al deze factoren dragen bij aan een goede groei van gewassen.

In de bodem van weilanden is het organische stofgehalte meestal vrij hoog, in maisakkers en ook in de akkerbouw is het gevaar van lage organische stofgehaltes groter.

In Nederland is de landbouw zeer intensief. De bodem wordt ontwaterd en intensief bewerkt (o.a. ploegen, scheuren van grasland etc.). Dat zorgt voor afbraak van organische stof, waardoor de bodem minder vruchtbaar wordt en de waterhuishouding verslechtert. Bovendien komt veel koolstofdioxide vrij, door afbraak van organische stof maar ook door het brandstofverbruik van landbouwmachines. Koolstofdioxide is een van de broeikasgassen die zorgen voor opwarming van de aarde. Daarnaast zijn ook methaan en lachgas een belangrijke bron van broeikasgassen die vrij komen uit opgeslagen mest en uit de bodem bij bemesting.

Wat is er anders aan duurzaam bodembeheer door boeren?

Er zijn verschillende maatregelen in de veehouderij en de akkerbouw die bijdragen aan een duurzaam vruchtbare bodem en een goede koolstofvastlegging:

  • minimale grondbewerking: niet ploegen, hooguit niet-kerende bodembewerking
  • bemesten met gewasresten
  • groenbemesting
  • niet scheuren van grasland
  • werken met vaste mest in plaats van gier (dunne mest)
  • dunne mest niet op het land brengen maar injecteren
  • overbemesting voorkomen, bemesting zo goed mogelijk afstemmen op de behoefte van het gewas, verliezen minimaliseren

 

 

 

 

 

Akkerbouw

Vooral in de akkerbouw en de vollegrondstuinbouw is de grondbewerking erg intensief. Zelfs in Flevoland, vanouds beroemd om zijn vruchtbare bodem, treedt bodemdegradatie op, zo blijkt uit een onderzoek uit 2015: de structuur verslechtert o.a. door (diep)ploegen, door een gewasrotatie met veel hakvruchten (aardappels, suikerbieten) en weinig granen, en door vaak het land te bewerken met zware machines.

Akkerbodems die weinig organische stof bevatten vertonen een hogere ziektedruk en zijn gevoeliger voor erosie (Limburg). Door koolstof vast te leggen in de bodem in de vorm van organische stof, werken boeren dus niet alleen aan bodemvruchtbaarheid en een duurzame waterhuishouding, maar ook aan een gezonder gewas dat minder gewasbeschermingsmiddelen nodig heeft. Het vastleggen van koolstof helpt bovendien om klimaatverandering tegen te gaan.

In de veehouderij is vooral het scheuren van grasland in het voorjaar niet goed voor de bodem.

Bodemboeren

Verschillende voorbeelden van (groepen) boeren die werken aan duurzaam bodembeheer:

  • De film ‘Bodemboeren' gaat over vijf boeren die zich verdiepen in duurzaam bodembeheer op hun bedrijf.
  • In de akkerbouw liep van 2011 tot 2014 het project ‘Praktijknetwerk voor niet-kerende grondbewerking' (NKG). De website van het praktijknetwerk is nog in de lucht en bevat een schat aan informatie over niet-kerende grondbewerking.
  • In Limburg is door het heuvelachtige landschap bodemerosie een probleem. De provincie stelt niet-kerende grondbewerking sinds 2013 verplicht op akkers die gevoelig zijn voor erosie (hellingen van meer dan 2%). Vanwege de erosiegevoelige gronden wordt in Zuid-Limburg al langer niet-kerende grondbewerking toegepast op ongeveer 2000 hectare.
  • Binnen de stichting Veldleeuwerik doen honderden akkerbouwers mee aan verduurzaming van hun bedrijfsvoering, o.a. op het punt van bodemvruchtbaarheid.

Meer informatie is te vinden op de sites van beter bodembeheer en bewust bodemgebruik.